Installatiescenario’s

Installatiescenario’s maken onderdeel uit van de veiligheidsrapportage. Het doel van deze scenario’s is om aan te tonen dat de inrichting voldoende LOD’s (Line Of Defence) heeft om de (grote) risico’s op een zwaar ongeval te beheersen. Daarbij spelen zowel preventieve als repressieve LOD’s een rol. Die kunnen vervolgens specifiek of generiek van aard zijn en technisch of organisatorisch. Kortom: een breed pallet van LOD’s.

Aan de omvang en beschrijving van de scenario’s wordt slechts één belangrijke eis gesteld. Het scenario moet voldoen aan het criterium voor een zwaar ongeval, te weten: ‘Een gebeurtenis als gevolg van onbeheersbare ontwikkelingen tijdens de bedrijfsuitoefening in een inrichting, waardoor hetzij onmiddellijk, hetzij na verloop van tijd ernstig gevaar voor de gezondheid van de mens binnen of buiten de inrichting of voor het milieu ontstaat en waarbij een of meer gevaarlijke stoffen zijn betrokken’.

Enkele belangrijke elementen voor een zwaar ongeval zijn:

  1. Onbeheersbare ontwikkeling. Dit duidt op het optreden van een initiërende gebeurtenis die resulteert in een LOC (Loss Of Containment, vrijkomen van gevaarlijke stoffen);
  2. Ernstig gevaar voor de gezondheid van de mens of voor het milieu. Het gaat om LOC, waarbij mensen die daaraan worden blootgesteld minimaal een doktersbehandeling moeten ondergaan. Bij de blootstelling moet het gaan om warmtestraling, drukbelasting of een toxische belasting. Bij ernstig gevaar voor het milieu moet vanuit het wettelijk kader gedacht worden aan verontreiniging van het oppervlaktewater;
  3. Onmiddellijk of na verloop van tijd. Dit duidt erop dat het optreden van ernstig gevaar (zie b.) ook pas kan optreden na enige tijd. Hiermee wordt een (korte) periode bedoeld na de blootstelling, waarin het gevaar zich alsnog kan openbaren. De lengte van die periode is niet vastgelegd. Duidelijk is wel dat er geen langetermijneffecten worden bedoeld;
  4. Binnen of buiten de inrichting. Het kan dus gaan om incidenten met een reikwijdte binnen of buiten de inrichtingsgrens. Zowel arbeidsveiligheid als externe veiligheid zijn aan de orde;
  5. Gevaarlijke stoffen. Voor de definitie van een gevaarlijke stof wordt verwezen naar de stoffenlijsten in bijlage 1, deel 1 en 2 van het Brzo. Het gaat met name om genoemde stoffen of stofcategorieën. Voor andere stoffen/categorieën zijn formeel geen installatiescenario’s nodig.

Installatiescenario’s worden gelinkt aan een aantal directe oorzaken, zoals o.a. corrosie, erosie, externe belasting, impact, overdruk, e.d.. In principe moet aan al die oorzaken aandacht worden besteed, tenzij sommige kunnen worden uitgesloten.

Behalve de eisen vermeld in het voorgaande, bestaan er geen concrete lijsten met scenario’s, waaruit kan worden gekozen. Het is de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder van een inrichting om de scenario’s vast te stellen en te beschrijven. Ze kunnen dus variëren van klein (lokaal effect) tot zeer groot (buiten de inrichting). Enkel het te volgen stramien ligt vast.

Reijngoud Veiligheid kan u ondersteunen en adviseren in het opstellen en uitwerken van de installatiescenario’s. Hierbij worden de beschreven werkwijzen uit de PGS-6 gehanteerd. Het opstellen en uitwerken van de installatiescenario’s zal altijd in samenwerking met uw organisatie gaan. De medewerkers in uw organisatie zijn namelijk als beste op de hoogte van de installaties en de aanwezige LOD’s. Wij zullen er samen met u voor zorgen dat er voldoende en op een juiste wijze uitgewerkte installatiescenario’s opgesteld worden.

Neem contact op

Niet leesbaar? Verander tekst. captcha txt